Monument

Het oudste en meest omvangrijke oorlogsmonument in Nederland, het Belgenmonument, verkeerde tot voor kort in een zeer slechte staat. Niet alleen het metselwerk kende een zeer zwakke fysieke gesteldheid, maar ook de beleving van het bouwwerk zelf kwam tot een dieptepunt. In het honderd jarige bestaan van het Belgenmonument is de directe omgeving aanzienlijk veranderd. Bij het stoppen van het hakhoutbeheer vanaf de jaren zestig heeft de steeds grotere bebossing ervoor gezorgd dat het aanzicht en de beleving van het Belgenmonument is verarmd. Daarnaast is het plangebied steeds meer omringd door asfaltwegen en bebouwing. De uitbreiding en ontsluiting van Amersfoort bleek in de afgelopen tientallen jaren belangrijker dan de historische landschappelijke waarden van het plangebied rondom het monument. De hernieuwde aandacht voor het S-vormige ‘bezinningspad’ biedt echter een unieke kans om de belevingswaarde van het monument en het gehele plangebied tot een nieuwe hoogte te brengen. In een breder perspectief kunnen het gerenoveerde monument en het S-vormige ‘bezinningspad’ de basis vormen voor een vervolmaking van het totale plangebied als herdenkingsplek voor ontheemden. De bebossing in het plangebied kan hierin een belangrijke nieuwe ondersteunende rol gaan spelen.

 

 

 

Het ontwerpvoorstel gaat uit van de hernieuwd vastgestelde bezoekroute over het ‘bezinningspad’ die start aan de noordzijde vanaf de Daam Fockemalaan. Op het ‘bezinningspad’ wordt de bezoeker geconfronteerd met een aantal ruimtelijke interventies. Interventies die niet alleen sterk gerelateerd zijn aan het verblijf in een oorlogsgebied, maar ook interventies die sterk verbonden zijn aan de fysieke en emotionele weg die een vluchteling maakt op zoek naar een nieuwe toekomst.
De eerste interventie (1) op het ‘bezinningspad’ is in het bos. Zwarte stalen delen snijden het pad dieper in z’n omgeving. Een directe verwijzing naar de Eerste Wereldoorlog die ook wel de Loopgravenoorlog werd genoemd. Naarmate de bezoeker meer wordt omgeven door de zwarte stalen delen, hoe intenser de zintuigelijke beleving wordt. Eigen geluid en zicht komen steeds dichter op het lichaam van de bezoeker. In het midden van het ingesneden pad bevindt zich de enige uitweg voor een vrij uitzicht boven de bezoeker: een zicht op het bladerdak van het bos en de lucht.

 

 

De tweede interventie (2) vindt plaats op de plek waar de enige overgebleven directe zichtlijn richting het bestaande Belgenmonument bestaat. Hier tracht het ontwerpvoorstel het zicht op het bestaande monument te vervolmaken. Vanaf het pad zijn zowel herdenkingsmuur en achtergelegen hoofdgebouw op afstand zichtbaar. Met de toevoeging van een nieuw paviljoen met tuindak op de voorgrond, grotendeels in het gelijke vlak gelegen met de helling van de Amersfoortse Berg, tracht het ontwerp het historisch bepalende uitzicht te benadrukken. Het tuindak van het tuinpaviljoen bestaat uit cirkels die elkaar doorsnijden. Elk cirkelvlak heeft een eigen begroeiing met lokale planten en bloemen. In de toekomst zal er be-stuiving plaatsvinden over deze ‘cirkelgrenzen’ heen waardoor in de loop der tijd de planten en bloemen natuurlijk mixen over het gehele dak van het tuinpaviljoen. Het voorste deel van het dak zweeft boven de grond en is gevuld met water. Een open cirkel in een vijver van het hangende dak zorgt ervoor dat het water in het paviljoen valt. Dit is het ruisende geluid dat de bezoeker vanaf het pad waarneemt.

 

 

De zichtbaarheid van het Belgenmonument in z’n omgeving is sinds de groei van de omliggende bebossing enorm ingeperkt. Toch ligt er een kans om aan de rand van de bebossing in het plangebied een teken te situeren dat de aandacht van de voorbijganger trekt. In het zuidelijke deel van het plangebied, waar het  s-vormige ‘bezinningspad’ door de bebossing steekt, ontstaat een derde interventie (3) met een opeenvolging van zwarte stalen tent doorsneden.

 

 

 

De typerende tent doorsneden dienen als ‘trigger’ voor de voorbijganger om het plangebied te gaan bezoeken, en zijn een directe verwijzing naar de vluchtelingen kampen die door tijdelijke tentconstructies gekenmerkt worden. De zwart stalen tentdoorsneden staan op aritmische tussenafstanden achter elkaar waarbij de binnenzijden zijn gepolijst waardoor de oppervlakken zwart spiegelend zijn. De bezoeker ziet zichzelf en de omgeving keer op keer gespiegeld terug. Op bepaalde plekken lijken de tentdoorsneden eindeloos door te gaan, refererend naar de vaak lange en onzekere tijd die ontheemden moeten doormaken in deze tijdelijke opvang-tenten.

 

 

 

Uiteindelijk stoppen de tent doorsneden als de laatste opgang richting het Belgenmonument is ingezet. Dit is het moment om het gerestaureerde historische Belgenmonument tot in het kleinste detail te gaan bezien. Het ontwerpvoorstel laat het bestaande historische Belgenmonument bewust ongemoeid. Het voorstel voegt echter wel een cruciaal deel aan het bestaande monument toe. De meest westelijk gelegen tuin van het originele plan is immers nooit uitgevoerd. Het ontwerpconcept tracht met de voortzetting van het paviljoen met tuindak een waardige vervolmaking van het bestaande historische Belgenmonument te bewerkstelligen. Het is de uitgelezen kans om een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan de herdenking van ontheemden, vertrekkend vanuit de belangrijke basis van het bestaande Belgenmonument.

 

 

Vanaf de muur van het bestaande monument duikt een breed pad onder het tuindak het paviljoen in. Hier bevindt zich het expositie deel over de vluchtelingen van oorlogen. Op diverse plekken snijdt daglicht het paviljoen binnen, waardoor de bezoeker op een licht hellende vloer door het paviljoen wordt geleidt. Ankerpunt tijdens het bezoek aan het paviljoen is een tuin met gemixte lokale en exotische planten. Dit is de plek in het paviljoen waar het water van de bovengelegen vijver naar beneden valt. Het is de plek waar het daglicht in overmaat in het paviljoen valt. Het is de plek waar we duidelijk willen stellen dat wij als mens voor iedere andere ontheemde medemens een waardevolle toekomst moeten bieden. Anders Vergeten we Voor altijd hoe  Vreemden Vrienden Kunnen worden.

 

 

Prijsvraag ontwerp
Ontwerp: Chris Collaris, Agnieszka Popielak en Giorgio Carella
Renders: José Ramon Vives, Laura Riaňo López & Agnieszka Popielak